ECLI:NL:RBGRO:2007:BA7990
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum AOW bij onvolledige geboortedatum migrerende aanvrager
Eiser, geboren in Marokko en sinds 1965 in Nederland, vroeg een AOW-pensioen aan met geboortedatum 1 januari 1941, ondersteund door een gelegaliseerd Marokkaans uittreksel uit het geboorteregister. Verweerder (SVB) handhaafde echter de fictieve geboortedatum 1 juli 1941, gebaseerd op het geboortejaar en beleidsregels bij onvolledige geboortedata.
De rechtbank overwoog dat het Marokkaanse uittreksel geen authentiek document is zoals bedoeld in vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, mede omdat het na migratie is opgesteld en slechts de actuele situatie weergeeft. De SVB mocht daarom redelijke twijfel hebben over de juistheid van de datum en vasthouden aan de fictieve datum.
Verder bleek uit telefoongesprekken dat er onduidelijkheid bestond over de exacte geboortedatum, en dat de gemeente en belastingdienst verschillende data hanteerden. De rechtbank vond dat de SVB op grond van haar beleid en jurisprudentie juist heeft gehandeld door 1 juli 1941 als ingangsdatum te hanteren.
Ten slotte stelde de rechtbank vast dat eiser niet aantoonde dat hij nadeel ondervond van het ontbreken van overleg tussen instanties over de geboortedatum. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van de SVB gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de fictieve geboortedatum 1 juli 1941 wordt gehandhaafd voor de AOW-toekenning.