ECLI:NL:RBGRO:2007:BA8372
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Verzoeker heeft op 5 februari 2007 een hernieuwde aanvraag om bijstand ingediend nadat zijn eerdere bijstandsuitkering per 1 september 2006 was beëindigd wegens niet-woonachtig zijn op het opgegeven adres. Verweerder stelde vast dat verzoeker samenwoont met een ander persoon, waardoor sprake is van een gezamenlijke huishouding en het inkomen van die persoon wordt meegewogen, wat leidt tot afwijzing van de bijstandsaanvraag.
Verzoeker maakte geen bezwaar tegen de eerdere afwijzing van 7 november 2006. Bij de beoordeling van de nieuwe aanvraag stelde de voorzieningenrechter vast dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een andere beslissing rechtvaardigen.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening op grond van onvoldoende middelen voor levensonderhoud. De voorzieningenrechter oordeelde dat het handhaven van de afwijzing geen onevenredig nadeel oplevert en dat er geen onverwijlde spoed is om een voorlopige voorziening te treffen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en is tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en onverwijlde spoed.