ECLI:NL:RBGRO:2007:BB5032

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
10 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
95410/FA RK 07-1360
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • D.A. Flinterman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ouderlijk gezag en ondertoezichtstelling van minderjarig kind

Op 10 juli 2007 heeft de Rechtbank Groningen uitspraak gedaan in een zaak waarin BJZ (Bureau Jeugdzorg) verzocht om de moeder te belasten met het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind C. Ten tijde van de geboorte van C. was de moeder onbevoegd tot het uitoefenen van het ouderlijk gezag, maar inmiddels is zij meerderjarig geworden. BJZ, dat eerder op 11 december 2001 door de kantonrechter was belast met de voogdij over C., heeft aangegeven bereid te zijn het gezag over C. over te dragen aan de moeder. De moeder heeft dit verzoek ondersteund en zich bereid verklaard om het gezag op zich te nemen.

Daarnaast heeft BJZ verzocht om een ondertoezichtstelling van C. ter ondersteuning van de opvoedingsverantwoordelijkheid van de moeder en om de opvoedingssituatie van C. te kunnen blijven volgen. De rechtbank heeft dit verzoek echter afgewezen. De rechtbank overweegt dat BJZ niet bevoegd is om een verzoek tot ondertoezichtstelling in te dienen, zoals vermeld in artikel 1:254 lid 4 BW. Bovendien is er een innerlijke tegenstrijdigheid in het verzoek, aangezien BJZ tegelijkertijd verzoekt om ontslag als voogdes en om een ondertoezichtstelling, wat niet verenigbaar is met de stelling dat de moeder in staat is om het gezag uit te oefenen.

De kinderrechter heeft in het belang van C. beslist om BJZ als voogdes over C. te ontslaan en de moeder met het gezag over C. te belasten. Het verzoek om ondertoezichtstelling is afgewezen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 juli 2007 in aanwezigheid van de griffier.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
Zaak/rolnummer: 95410/FA RK 07-1360
beschikking d.d. 10 juli 2007
in de zaak van:
BJZ,
en
mevrouw A. en mijnheer B, hierna te noemen
respectievelijk de moeder en de vader.
PROCESVERLOOP EN OVERWEGINGEN
Op 15 juni 2007 is ter griffie van de rechtbank te Groningen een verzoekschrift ingekomen van BJZ, waarin verzocht wordt de moeder te belasten met het gezag over het minderjarige kind C.
Ten tijde van de geboorte van [C.] was de moeder onbevoegd tot uitoefening van het ouderlijk gezag over haar dochter. De moeder is inmiddels meerderjarig geworden.
De kantonrechter te Groningen heeft op 11 december 2001 BJZ belast met de voogdij over [C.]. BJZ heeft aangegeven bereid te zijn het gezag over [C.] over te dragen aan de moeder.
De moeder heeft verzocht en zich bereid verklaard het gezag over [C.] op zich te nemen.
Het verzoek om, ter ondersteuning van moeders opvoedingsverantwoordelijkheid en de opvoedingssituatie van [C.] te kunnen blijven volgen, een ondertoezichtstelling uit te spreken, zal worden afgewezen. Hiertoe wordt als volgt overwogen.
In artikel 1:254 lid 4 BW wordt opgesomd wie bevoegd zijn een verzoek tot ondertoezichtstelling in te dienen. BJZ wordt hierin niet genoemd. Maar ook het feit dat enerzijds verzocht wordt BJZ te ontslaan als voogdes en anderzijds verzocht wordt om een ondertoezichtstelling, hetgeen een innerlijke tegenstrijdigheid bevat - immers de moeder wordt door BJZ in staat geacht haar gezag uit te oefenen en de zorg en opvoeding voor [C.] op zich te nemen - maakt dat dit verzoek naar het oordeel van de rechtbank dient te worden afgewezen.
De kinderrechter zal gezien de aangevoerde feiten en omstandigheden in het belang van [C.] als volgt beslissen.
BESLISSING
ontslaat BJZ als voogdes over [C.]
belast de moeder met het gezag over [C.]
wijst af het anders of meer verzochte.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 10 juli 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.