ECLI:NL:RBGRO:2007:BB5033
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Flinterman
- K.R. Bosker
- L.C. Bosch
- Rechtspraak.nl
Erkenning ongeboren kind door gehuwde man op grond van duurzame samenwoning
De man is gehuwd maar woont sinds 1 april 2005 samen met zijn partner en haar dochter. De vrouw is zwanger van een kind van de man. De man wil het ongeboren kind erkennen zodat het kind familierechtelijke betrekkingen met hem krijgt en de Nederlandse nationaliteit kan verkrijgen.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:204 lid 1 sub e BW Pro een gehuwde man een buiten het huwelijk verwekt kind kan erkennen indien aannemelijk is dat tussen hem en de moeder een band bestaat die gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk. De man en vrouw wonen al twee jaar samen en willen een gezin vormen met het ongeboren kind en de dochter van de vrouw.
De bijzondere curator bracht ter zitting naar voren dat de duurzaamheid van de relatie relevant is, mede omdat de man niet wenst te scheiden. De rechtbank oordeelt dat geen echtscheiding vereist is voor toepassing van het wetsartikel en dat de band tussen man en vrouw voldoende aannemelijk is.
De rechtbank verklaart voor recht dat de band tussen de man en de vrouw gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk, waardoor erkenning van het ongeboren kind mogelijk is. Het verzoek wordt verder afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat tussen de man en de vrouw een band bestaat die gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk, waardoor erkenning van het ongeboren kind mogelijk is.