ECLI:NL:RBGRO:2007:BB5039

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
17 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
94200/FA RK 07-963
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 BWArt. 1:275 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing ouderlijk gezag moeder en benoeming neutrale voogd over minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige dochter A., die sinds 2004 in een pleeggezin verblijft. De moeder verzet zich niet tegen dit verzoek. De rechtbank heeft de zaak op 3 juli 2007 behandeld en de minderjarige gehoord op 27 juni 2007.

De rechtbank stelt vast dat de moeder onmachtig is haar opvoedingsplicht te vervullen en dat het belang van het kind zich niet verzet tegen ontheffing. Het perspectief van het kind ligt in het pleeggezin, waar haar veiligheid en stabiliteit gewaarborgd zijn. Contact tussen de moeder en het kind is sinds 2004 niet meer geweest, mede door belemmeringen vanuit de vader.

De rechtbank benoemt de William Schrikker Stichting als neutrale voogd, gezien de situatie en de houding van de vader. De voogdij zal ervoor zorgen dat de moeder op de hoogte wordt gehouden van het welbevinden van het kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en uitgesproken op 17 juli 2007.

Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag en de William Schrikker Stichting benoemd tot neutrale voogd over het kind.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
Meervoudige familiekamer
zaaknr.: 94200/FA RK 07-963
beschikking d.d. 17 juli 2007
in de zaak van:
de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen,
verzoeker,
hierna te noemen de Raad,
vertegenwoordigd door mevrouw A.I. van Dijk
en
de moeder,
procureur mr. S.L. Slinkman.
Belanghebbenden:
de vader;
de pleegouders: naam en adres zijn bij de rechtbank bekend;
de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS).
PROCESVERLOOP
De Raad heeft op 10 mei 2007 een verzoekschrift ingediend, waarin wordt verzocht de moeder te ontheffen van het gezag over het minderjarige kind A. Tevens is verzocht om de WSS, namens het bureau jeugdzorg, tot voogdes te benoemen.
Onder de overgelegde stukken bevindt zich een bereidverklaring daartoe van de WSS.
De rechtbank heeft de minderjarige gehoord op 27 juni 2007.
Op 29 juni 2007 is ter griffie van de rechtbank een brief binnengekomen, afkomstig van de pleegouders.
De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 3 juli 2007.
Hierbij zijn gehoord: de procureur van de moeder, mevrouw A.I. van Dijk, namens de Raad, en mevrouw K. Csetvei, namens de WSS.
RECHTSOVERWEGINGEN
Vaststaande feiten
- de moeder is van rechtswege belast met het gezag over de minderjarige A.;
- de vader heeft voornoemde minderjarige erkend;
- in augustus 2003 is de minderjarige onder toezicht gesteld;
- op 11 maart 2004 is de minderjarige in een pleeggezin geplaatst;
- de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn verlengd tot 27 augustus 2007.
Standpunt van de Raad
De Raad heeft het verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder op de navolgende gronden gebaseerd:
- een ondertoezichtstelling is niet meer de geëigende maatregel;
- de moeder is onmachtig om haar plicht tot verzorging en opvoeding van [A.] te vervullen;
- het perspectief van [A.] ligt in het pleeggezin waar zij sinds maart 2004 verblijft;
- het belang van [A.] verzet zich niet tegen een ontheffing.
Moeder heeft bij de gezinsvoogd aangegeven dat zij het eens is met de verderstrekkende maatregel.
Standpunt van de WSS
De moeder heeft een half jaar tot een jaar geleden medegedeeld dat zij de ontheffing van haar van het gezag over [A.] beter vond voor [A.]. Nadien verklaarde moeder het tegenovergestelde.
Contact tussen vader en [A.] is niet mogelijk. Vader eist zonder meer de terugkeer van [A.] naar huis.
Tussen de moeder en [A.] is sedert april 2004 geen contact meer.
[A.] wil niet terug naar haar ouders. [A.] is wisselend in haar gedrag.
De pleegouders en [A.] willen bij elkaar blijven. De pleegouders zullen na een ontheffing niet afhaken. Wel willen zij nog ondersteuning van de WSS.
De WSS zal de moeder een paar keer per jaar informeren over [A.].
Standpunt namens de moeder
De moeder heeft op het kantoor van de procureur verklaard dat zij voor een ontheffing is.
De WSS wordt verzocht de moeder te informeren over [A.].
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van artikel 1:266 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) kan de rechtbank een ouder van het ouderlijk gezag over een of meer van zijn/haar kinderen ontheffen indien deze ongeschikt of onmachtig is zijn/haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen en het belang van de minderjarige(n) zich daartegen niet verzet.
het belang van [A.]
Het is in het belang van [A.] dat zij zich verder kan hechten binnen het pleeggezin. Haar veiligheid is binnen het pleeggezin gewaarborgd.
Bovendien is het in het belang van [A.] dat duidelijk wordt dat zij in het pleeggezin verder zal opgroeien, zonder de dreiging van een eventuele terugplaatsing naar haar ouders.
Nu zij in de puberteit is en zich gaat afzetten tegen haar pleegouders, is het voor [A.], gelet op haar achtergrond, noodzakelijk dat zij zich in een stabiele leefomgeving bevindt.
[A.] heeft de rechtbank laten weten dat zij graag in het pleeggezin wil blijven en dat zij niet meer terug wil naar haar ouders. Derhalve is komen vast te staan dat het toekomstperspectief van [A.] in het pleeggezin ligt en niet bij de moeder.
De moeder heeft bij monde van haar procureur medegedeeld geen bezwaar tegen de ontheffing van haar van het ouderlijk gezag over [A.] te hebben.
Gelet hierop zal het ontheffingsverzoek worden toegewezen.
voogdijvoorziening
Omdat de ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder ertoe zal leiden, dat een gezagsvoorziening over [A.] komt te ontbreken, dient de rechtbank op grond van artikel 1:275 lid 1 BW Pro een voogd te benoemen. De rechtbank zal daarom de WSS, namens bureau jeugdzorg benoemen tot voogdes over [A.] nu die zich daartoe bereid heeft verklaard en een neutrale voogdij aangewezen is gezien de houding van de vader ten opzichte van de moeder en ten opzichte van de gezinsvoogdijwerker.
Tenslotte overweegt de rechtbank het volgende.
Ter zitting is verzocht om de moeder te informeren omtrent [A.] en om contact tussen hen te bewerkstelligen.
Ten aanzien van contact tussen de moeder en [A.] is gebleken dat de WSS in het verleden diverse malen heeft geprobeerd dat contact tot stand te brengen maar dat de moeder, die zich laat leiden door de wil van de vader die haar bovendien belemmert in dergelijke contacten, de gemaakte afspraken niet nakwam.
Ter zitting is van de zijde van de WSS toegezegd dat de moeder op de hoogte zal worden gehouden omtrent het welbevinden van [A.].
BESLISSING
ontheft de moeder van het ouderlijk gezag over de minderjarige A.;
benoemt tot voogdes over voornoemde minderjarige de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, namens het bureau jeugdzorg;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. D.A. Flinterman, voorzitter, K.R. Bosker en L.C. Bosch, en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 17 juli 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.