ECLI:NL:RBGRO:2007:BB5702
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig zelfstandig touroperator, meldde zich ziek op 24 februari 2004 en ontving tot februari 2005 ziekengeld. Verweerder kende hem een WAZ-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, maar wees een WIA-uitkering af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser betwistte de ingangsdatum en de mate van arbeidsongeschiktheid en voerde aan dat hij onder de WAO viel.
De rechtbank stelde vast dat de eerste ziektedag 14 februari 2004 was, waardoor de WIA van toepassing is. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts kwamen na onderzoek tot een arbeidsongeschiktheid van circa 27,91%. Eiser bracht geen overtuigend medisch bewijs voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid aan. Ook de vastgestelde maatman van 38 uur per week werd door de rechtbank als redelijk beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat eiser in staat is om arbeid te verrichten binnen de beperkingen vastgesteld in de functionele mogelijkhedenlijst en dat de weigering van de WIA-uitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding toegekend voor de door eiser ervaren vertraging in de besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.