ECLI:NL:RBGRO:2007:BB9108
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijf minderjarig kind bij vader na beëindiging co-ouderschap
De vrouw verzocht de rechtbank om het hoofdverblijf van het minderjarige kind C. bij haar toe te wijzen en een omgangsregeling voor de vader vast te stellen. Zij wilde met het kind verhuizen naar een andere woonplaats vanwege beëindiging van de co-ouderschapsregeling en haar nieuwe baan en familie daar. De man verzocht het verzoek af te wijzen en stelde dat het in het belang van het kind was dat het hoofdverblijf bij hem bleef, mede vanwege de stabiliteit en het bestaande gezin.
De rechtbank oordeelde dat het co-ouderschap niet langer reëel was door de voorgenomen verhuizing. Gezien het belang van het kind, haar vertrouwde omgeving bij de vader, de intensieve omgang met zijn gezin en de aanstaande schoolgang, werd het hoofdverblijf bij de vader vastgesteld. De moeder kreeg een omgangsregeling van een weekend per twee weken en de helft van de vakanties en feestdagen.
Daarnaast verleende de rechtbank de vader vervangende toestemming om het kind in te schrijven op de basisschool in E., waar het kind naar school zal gaan. De rechtbank wees de overige verzoeken van de moeder af. De beslissing werd genomen na een zitting met gesloten deuren, waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming betrokken was.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van het minderjarige kind is bij de vader vastgesteld met een omgangsregeling voor de moeder en vervangende toestemming voor schoolinschrijving.