ECLI:NL:RBGRO:2007:BC0001
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke veroordeling wegens overtreding voederverbod stadsduiven in Groningen
Verdachte werd vervolgd wegens het voeren van stadsduiven op openbare wegen in Groningen, wat in strijd is met artikel 2.4.20 van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2005. Hij voerde aan dat deze APV-bepaling onverbindend is omdat deze in strijd zou zijn met artikel 36 van Pro de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWD), en dat alternatieve diervriendelijkere methoden beschikbaar zijn.
De rechtbank stelde dat het voederverbod een redelijk doel dient, namelijk het bestrijden van overlast door stadsduiven, en dat het nadeel voor de duiven toelaatbaar is binnen de beleidsvrijheid van de gemeente. De deskundigenrapporten ondersteunden dit oordeel, en de stadsduif werd als gedomesticeerde diersoort aangemerkt, waardoor de Flora- en faunawet niet van toepassing is.
Verdachte voerde ook overmacht aan vanwege een conflict tussen het naleven van de APV en het voorkomen van dierenleed, en pleitte voor afwezigheid van materiële wederrechtelijkheid. De rechtbank verwierp deze verweren omdat het voederverbod een zwaarwegend gemeentelijk belang dient en verdachte zich tot de politiek moet wenden voor alternatieven.
De feiten werden bewezen verklaard en verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van € 50,-- subsidiair 1 dag vervangende hechtenis voor het voeren van stadsduiven op 31 oktober 2005. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter J.P. Evenhuis op 12 december 2007.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 50,-- subsidiair 1 dag vervangende hechtenis wegens overtreding van het voederverbod voor stadsduiven.