ECLI:NL:RBGRO:2007:BC3173
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering handhaving tegen caravan op oprit wegens ontbreken onveilige situatie
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Delfzijl om niet handhavend op te treden tegen het stallen van een caravan op de oprit van de buren. Eiser stelde dat de caravan het zicht belemmerde en daardoor een onveilige verkeerssituatie veroorzaakte. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank heeft dit besluit getoetst.
De rechtbank overwoog dat het college het besluit zorgvuldig heeft voorbereid door meerdere inspecties ter plaatse en het advies van een commissie bezwaarschriften te volgen. De commissie concludeerde dat het zicht beperkt was door de bocht en beplanting, maar dat de caravan zelf geen extra belemmering vormde. De rechtbank vond de motivering van verweerder consistent en voldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 2.1.6.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening, waarin het verboden is beplanting of voorwerpen te hebben die het vrije uitzicht belemmeren of hinder veroorzaken. Daarom was het besluit om niet te handhaven terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet te handhaven tegen de caravan op de oprit is ongegrond verklaard.