ECLI:NL:RBGRO:2007:BC4437
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. den Hollander
- R. Vucsán
- E. Gottschal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid waarderingskosten gemeente Marum Wet WOZ
De gemeente Marum stelde beroep in tegen het besluit van 12 september 2005 waarin haar bezwaar tegen de accordering van € 747.694,26 aan waarderingskosten over 1999-2002 werd afgewezen. De kosten zijn vastgesteld op basis van de Wet WOZ en het Uitvoeringsbesluit, waarbij de vangnetregeling geldt voor redelijke kosten die het vaste bedrag per object overschrijden.
De rechtbank overwoog dat de Waarderingskamer een systematiek hanteert waarbij vergelijkbare gemeenten worden geselecteerd om de redelijkheid van de kosten te toetsen, met een opslag van 25% als marge. Deze werkwijze is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als redelijk beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat deze systematiek een redelijk uitgangspunt vormt en verwierp de bezwaren van de gemeente.
De rechtbank wees ook het beroep af dat de correcties van de Commissie onrechtmatig zouden zijn, omdat deze niet nader waren onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Marum tegen het besluit over de waarderingskosten wordt ongegrond verklaard.