ECLI:NL:RBGRO:2008:BC3110

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
4 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/2
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A. Houtman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken materiële connexiteit

Verzoekers hebben een verzoek om voorlopige voorziening ingediend parallel aan een ingediend bezwaarschrift tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Vlagtwedde. Formeel is voldaan aan de connexiteitseis omdat het bezwaarschrift is ingediend. Materieel is echter vereist dat de voorlopige voorziening rechtstreeks verband houdt met het bestreden besluit.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de gevraagde voorlopige voorziening, gericht op het opheffen van een executoriaal beslag op een bankrekening, losstaat van het bestreden besluit over een Wob-verzoek. Hierdoor ontbreekt de materiële connexiteit en is het verzoek niet-ontvankelijk.

Gezien de niet-ontvankelijkheid wordt direct uitspraak gedaan zonder zitting. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Bestuursrecht
Zaaknummer.: AWB 08/2 WOB
van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bes[naam](Awb) van
[namen ], verzoekers,
gemachtigde: ing. A.M.L. van Rooij
ten aanzien van het besluit van 21 december 2007, kenmerk: 200701991, van
het college van burgemeester en wethouders van Vlagtwedde, verweerder.
1. Procesverloop
Bij het hiervoor genoemde besluit van 21 december 2007 heeft verweerder beslist op een door verzoekers bij brief van 24 november 2007 gedaan verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 28 december 2007 op grond van artikel 7:1, eerste lid, Awb bij verweerder een bezwaarschrift ingediend.
Bij brief van gelijke datum, ingekomen bij de rechtbank op 2 januari 2008, hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
2. Overwegingen
Indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Verzoekers hebben hun verzoek om voorlopige voorziening ingediend hangende de behandeling van het op gelijke datum bij verweerder ingediende bezwaarschrift.
In formele zin is derhalve voldaan aan het in artikel 8:81, eerste lid, Awb neergelegde connexiteitsvereiste. Uit de functie van het connexiteitsvereiste vloeit echter voort dat daaraan ook in materiële zin dient te worden voldaan, hetgeen betekent dat de gevraagde voorlopige voorziening rechtstreeks betrekking moet hebben op het (connexe) bestreden besluit.
Verzoekers hebben gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat de executoriale beslaglegging bij vonnis van
1 november 2006 van de civiele voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen op bankrekening van verzoeker [naam] met betalingsverbod via de [naam bank] door [naam derde] is opgeheven.
Van de hiervoor bedoelde materiële connexiteit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake aangezien de gevorderde voorlopige voorziening op iets geheel anders ziet dan het besluit van verweerder. Nu het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb direct uitspraak te doen zonder het houden van een zitting.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen,
RECHT DOENDE,
verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk
Aldus gegeven door mr. A. Houtman, voorzieningenrechter en in het openbaar door haar uitgesproken op 4 januari 2008, in tegenwoordigheid van M.J. ’t Hart als griffier.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op:
typ:HtH.