ECLI:NL:RBGRO:2008:BC3486
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Weigering verhuiskostenvergoeding wegens doorwerking na verhuizing naar niet adequate woning
Eiseres, lijdend aan myasthenia gravis, verhuisde in 2005 van een woning met traplift naar een ongelijkvloerse woning zonder traplift, waarna haar klachten verergerden en zij opnieuw verhuisde naar een gelijkvloerse, rolstoelgeschikte woning. Verweerder wees haar aanvraag voor verhuis- en herinrichtingsvergoeding af omdat zij eerder naar een niet adequate woning was verhuisd, wat volgens verweerder een 'doorwerking' tot gevolg had die verdere vergoeding uitsloot.
De commissie bezwaarschriften adviseerde echter het bezwaar gegrond te verklaren en het besluit te herroepen, omdat de doorwerking niet in de verordening was verankerd. De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag ten onrechte heeft afgewezen op basis van een uitleg van artikel 2.5 van de Verordening voorzieningen gehandicapten die niet houdbaar is.
De rechtbank stelt vast dat de verhuizing in 2005 niet adequaat was gezien de medische situatie van eiseres, maar dat het huidige verzoek om vergoeding betrekking heeft op een verhuizing van een niet adequate naar een adequate woning. Verweerder heeft onvoldoende onderzocht of de hardheidsclausule van toepassing was. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, en veroordeelt de gemeente Haren tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verhuisvergoeding wordt vernietigd.