ECLI:NL:RBGRO:2008:BC4451
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering vergoeding roostervrije dagen 2005
Eiser was in dienst bij een werkgever die failliet werd verklaard. Hij had recht op 7,32 roostervrije dagen uit 2005, waarvan de waarde volgens de CAO Bouwnijverheid in het Tijdspaarfonds zou worden gestort. UWV weigerde deze vergoeding toe te kennen omdat de dagen buiten de 13-wekenperiode vielen waarop WW-uitkering wordt gebaseerd.
Eiser stelde dat de vergoeding onder artikel 64, eerste lid, aanhef en sub c, WW valt, omdat het een bedrag betreft dat de werkgever aan derden verschuldigd is in verband met de dienstbetrekking. De rechtbank onderschreef dit standpunt en oordeelde dat de weigering van UWV onterecht was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het besluit van UWV wordt vernietigd en UWV dient de vergoeding van de roostervrije dagen uit 2005 alsnog toe te kennen.