ECLI:NL:RBGRO:2008:BC6010
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen en deelname aan cocaïnehandel en drugshandelorganisatie
De rechtbank Groningen heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en deelname aan een organisatie gericht op cocaïnehandel. De feiten betreffen perioden tussen 2006 en 2007 waarin verdachte betrokken was bij het binnen- en buitenbrengen, verkopen, afleveren en vervoeren van cocaïne.
Het bewijs bestond uit inzet van een Duitse pseudokoper, stelselmatige observaties, tapgesprekken en verklaringen van betrokkenen. De verdediging voerde aan dat de pseudokoop niet rechtmatig was en dat de observaties na 19 juni 2007 onrechtmatig waren, maar de rechtbank verwierp deze verweren en achtte het bewijs wettig en overtuigend.
De rechtbank stelde vast dat verdachte een sturende rol had in een gestructureerd samenwerkingsverband en dat er sprake was van handel in relatief grote hoeveelheden cocaïne. Hoewel de daadwerkelijke levering beperkt bleef tot 100 gram, waren de gedragingen gericht op grotere hoeveelheden. Verdachte werd vrijgesproken van een deel van de tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs.
Gezien de ernst van de feiten, de rol van verdachte en zijn eerdere veroordeling, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden op, hoger dan de eis van de officier van justitie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van cocaïnehandel en deelname aan een criminele organisatie.