ECLI:NL:RBGRO:2008:BC6580
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onmiddellijke teruggeleiding van minderjarige op grond van HKOV
De vrouw verzocht de rechtbank om de onmiddellijke teruggeleiding van haar dertienjarige dochter B. naar haar gewone verblijfplaats in België te bevelen, omdat de man het kind niet terugbracht na een bezoek.
De rechtbank stelde vast dat de man het gezagsrecht van de vrouw schond door het kind niet terug te geleiden, wat in strijd is met artikel 3 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). Echter, de rechtbank constateerde ook dat het kind zich nadrukkelijk verzet tegen terugkeer en voldoende rijp is om haar mening te laten meewegen, zoals bedoeld in artikel 13 lid 2 HKOV Pro.
Op basis van het kinderverhoor en de verklaringen van B. concludeerde de rechtbank dat het verzet van het kind ondubbelzinnig en standvastig was. Hierdoor werd voldaan aan de weigeringsgrond van artikel 13 lid 2 HKOV Pro, wat leidde tot afwijzing van het verzoek tot teruggeleiding.
De rechtbank behandelde het verzoek van de man tot gezagswijziging niet, maar beperkte zich tot het verzoek van de vrouw tot teruggeleiding. De beschikking werd uitgesproken op 3 januari 2008 door de rechtbank Groningen.
Uitkomst: Verzoek tot onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarige naar België wordt afgewezen vanwege het verzet en de rijpheid van het kind.