ECLI:NL:RBGRO:2008:BC6770
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk invoeren en vervoeren van verarmd uranium zonder vergunning
In juni 2003 heeft verdachte, samen met een leverancier uit Engeland, ongeveer 4,797 kilogram verarmd uranium zonder de vereiste vergunning binnen Nederland ingevoerd en vervoerd. Het uranium werd via Rotterdam naar Groningen gebracht en vervolgens vervoerd naar een verwerkingsbedrijf. Verdachte beschikte wel over een Complexvergunning Kernenergiewet die het voorhanden hebben van splijtstof toestond, waardoor zij op dit punt werd vrijgesproken.
De rechtbank oordeelde dat het opzet van verdachte op het ontbreken van de vereiste vergunning wettig en overtuigend was bewezen, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad dat opzet niet hoeft te zijn gericht op het overtreden van het verbod zelf. Verdachte had onvoldoende kennis van de regelgeving omtrent invoer en vervoer van verarmd uranium, ondanks haar deskundigheid op het terrein.
De rechtbank hield rekening met het feit dat het vervoer met zorgvuldigheid was uitgevoerd en dat er geen economisch voordeel werd beoogd. Wel werd meegewogen dat verarmd uranium als strategisch goed geldt en dat de overheid moet kunnen toezien op het gebruik ervan. Verdachte kreeg een geldboete van €12.000 opgelegd, mede ter normhandhaving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €12.000 wegens het zonder vergunning invoeren en vervoeren van verarmd uranium.