ECLI:NL:RBGRO:2008:BC7441
Rechtbank Groningen
- Raadkamer
- A.F. Gerding
- J.M.M. van Woensel
- L.T. de Jonge
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij overdracht tenuitvoerlegging buitenlandse gevangenisstraf
De rechtbank Groningen behandelde de vordering tot tenuitvoerlegging van een in Groot-Brittannië opgelegde gevangenisstraf van zes jaar en zes maanden wegens invoer van cocaïne. De rechtbank verklaarde de tenuitvoerlegging toelaatbaar en kwalificeerde het feit naar Nederlands recht als een overtreding van de Opiumwet.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd, de persoonlijke situatie van veroordeelde en de reeds door hem doorgebrachte detentietijd in Groot-Brittannië en Nederland. Gezien de eerdere veroordelingen van veroordeelde en het reclasseringsrapport werd een gevangenisstraf van 40 maanden opgelegd, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Daarnaast stelde de rechtbank een bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar aanwijzingen van de Reclassering Nederland, waaronder het volgen van een Cognitieve Vaardigheden training. De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf wegens het ontbreken van een nieuwe vervolging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de tenuitvoerlegging van de Britse gevangenisstraf toelaatbaar en legt een gevangenisstraf van 40 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden.