ECLI:NL:RBGRO:2008:BC7524
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Stuiver
- G. Laman
- S. Tempel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting bij niet-naleving opsporingsrichtlijnen seksueel misbruik
Verdachte werd beschuldigd van meervoudig seksueel misbruik van een minderjarige in de gemeente Hoogezand-Sappemeer tussen november 2006 en april 2007. De tenlastelegging omvatte onder meer verkrachting en ontuchtige handelingen met geweld en bedreiging.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schendingen van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik, waaronder het ontbreken van gespecialiseerde rechercheurs, niet-consultatie van de zedenaanspreekofficier, onvolledige bandopnamen van verhoren en de aanwezigheid van de moeder van het slachtoffer bij het informatieve gesprek. De officier van justitie betwistte deze stellingen en stelde dat eventuele schendingen alleen tot bewijswaardering konden leiden.
De rechtbank oordeelde dat de Aanwijzing als recht moet worden beschouwd en dat niet conform de richtlijnen was gehandeld. Hoewel er sprake was van verzuimen, was er geen sprake van grove veronachtzaming of zodanige schending dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Echter, vanwege onvoldoende controleerbaarheid werden delen van het bewijs, waaronder het proces-verbaal van de aangifte en de verklaring van de moeder, uitgesloten.
Gezien het ontbreken van voldoende wettig bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en kan alleen bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs na bewijsuitsluiting vanwege niet-naleving van opsporingsrichtlijnen.