ECLI:NL:RBGRO:2008:BC9864
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W. van Weringh
- F.J. Agema
- L.T. de Jonge
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meervoudige brandstichting met verminderde toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Groningen heeft verdachte veroordeeld voor drie afzonderlijke gevallen van opzettelijke brandstichting in woningen te Groningen, gepleegd in januari 2007. De branden veroorzaakten gevaar voor personen en goederen, waarbij meerdere bewoners ernstig gevaar liepen. Verdachte heeft in korte tijd meerdere branden gesticht, wat leidde tot onrust en gevoelens van onveiligheid in de wijk.
Psychiatrisch onderzoek wees uit dat verdachte een gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens vertoont met een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid. Ondanks gedeeltelijke weigering tot medewerking aan het onderzoek, concludeerde de rechtbank dat verdachte in verminderde mate verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn daden. De rechtbank achtte een klinische behandeling noodzakelijk en legde daarom een deels voorwaardelijke straf op met bijzondere voorwaarden.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van veertig maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar. Tijdens de proeftijd moet verdachte zich houden aan aanwijzingen van de reclassering, waaronder mogelijke opname in een psychiatrische instelling. De straf is hoger dan door de officier van justitie gevorderd vanwege de ernst, het aantal feiten en de noodzaak om voldoende tijd te bieden voor behandeling en woonplaatsregeling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. De uitspraak werd gedaan na meerdere terechtzittingen en met inachtneming van het psychiatrisch rapport en de adviezen van de reclassering.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar, wegens meervoudige brandstichting met gevaar voor personen en goederen.