ECLI:NL:RBGRO:2008:BD3261
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doodslag na wurging en ophanging echtgenote
Op 21 juni 2005 heeft verdachte in Groningen zijn echtgenote opzettelijk van het leven beroofd door haar keel minutenlang dicht te knijpen en haar vervolgens met een snoer op te hangen, hetgeen de dood van het slachtoffer tot gevolg had. Hoewel verdachte aanvankelijk suggereerde dat het slachtoffer zelfmoord had gepleegd, heeft hij later bekend dat hij haar heeft gedood.
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte met voorbedachte rade handelde, maar wel dat hij doodslag pleegde. Uit psychiatrische rapportages bleek dat verdachte leed aan een dysthyme persoonlijkheidsstoornis met ontwijkende en afhankelijke trekken, waardoor hij licht verminderd toerekeningsvatbaar was.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op de nabestaanden, en het feit dat de kinderen getuige waren van de gebeurtenissen. Verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven jaar, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens doodslag zonder voorbedachte rade.