ECLI:NL:RBGRO:2008:BD5479
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke geldboete wegens niet tijdig verwijderen ruggenmerg schapenkarkassen
Op 18 april 2007 heeft verdachte in de gemeente Stadskanaal het ruggenmerg van twaalf schapenkarkassen, ouder dan twaalf maanden, niet tijdig verwijderd, waardoor dit destructiemateriaal niet overeenkomstig de geldende regelgeving werd verwerkt.
De inspectie door de Voedsel- en Waren Autoriteit toonde aan dat het ruggenmerg niet tijdens of direct na het slachtproces werd verwijderd, maar pas een dag later, wat in strijd is met artikel 4 van Pro Verordening (EG) nr. 1774/2002 dat voorschrijft dat dit zo spoedig mogelijk moet gebeuren. De dierenarts en deskundige getuige benadrukte het risico van besmetting met TSE bij het verwijderen van het ruggenmerg wanneer het karkas koud is.
Verdachte stelde dat het verwijderen van het ruggenmerg beter koud kan gebeuren en dat de Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) dit had goedgekeurd. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte als ondernemer eigen verantwoordelijkheid draagt en dat de handelwijze in strijd was met de regelgeving.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en strafbaar, veroordeelde verdachte tot een geldboete van € 8000,-, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 8000,- waarvan € 4000,- voorwaardelijk wegens het niet tijdig verwijderen van ruggenmerg van schapenkarkassen.