ECLI:NL:RBGRO:2008:BD7025
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Bijdrage in kosten levensonderhoud en verzorging minderjarig kind na echtscheiding
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek tot bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind dat bij de man verblijft, evenals een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw na echtscheiding. Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams verrekenbeding en het kind was erkend door de man. De echtscheiding was uitgesproken en een omgangsregeling vastgesteld.
De rechtbank onderzocht onder meer of de vrouw samenwoonde met een ander in de zin van artikel 1:160 BW Pro, hetgeen de man betwistte. De rechtbank stelde vast dat de man niet slaagde in het bewijs van samenwonen als waren zij gehuwd. Vervolgens werd de behoefte van de vrouw vastgesteld op €2.535 netto per maand, terwijl haar inkomen €2.040 bedroeg, waardoor een behoefte aan bijdrage van €495 netto per maand bestond.
De draagkracht van de man werd berekend op €2.249 bruto per maand, rekening houdend met diverse posten zoals hypotheekaflossingen en ziektekosten. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €775 per maand. De rechtbank bepaalde dat de man €800 bruto per maand aan de vrouw moet betalen en de vrouw €406 per maand als bijdrage in de kosten van het kind aan de man. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen hoger beroep instellen.
Uitkomst: Man betaalt €800 bruto per maand aan vrouw en vrouw draagt €406 per maand bij in kosten verzorging minderjarig kind.