ECLI:NL:RBGRO:2008:BD7645

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
10 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
98278 / FA RK 07-2451
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omgangsregeling met ruimte voor onderling overleg tussen ouders

De rechtbank Groningen heeft op 10 juni 2008 een omgangsregeling vastgesteld tussen de man en de vrouw betreffende hun minderjarige kinderen. De man krijgt het recht om de kinderen de ene week van donderdag 18.00 uur tot vrijdag 19.30 uur en de andere week van donderdag 18.00 uur tot zondag 19.30 uur bij zich te ontvangen, inclusief de helft van de vakanties en feestdagen.

Er is tevens ruimte gelaten voor partijen om in onderling overleg de omgangsregeling met betrekking tot één van de kinderen uit te breiden of hiervan af te wijken. Dit vergt goede communicatie tussen partijen, waarbij beslissingen gezamenlijk genomen dienen te worden en niet aan het kind worden overgelaten.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na datum van uitspraak. De zaak is behandeld met gesloten deuren en met betrokkenheid van de Raad voor de Kinderbescherming.

Uitkomst: De rechtbank stelt een omgangsregeling vast waarbij de man de kinderen om de week ontvangt met ruimte voor onderling overleg over uitbreiding.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 98278 / FA RK 07-2451
beschikking d.d. 10 juni 2008
in de zaak van:
[de man],
wonende te [adres],
verzoeker,
hierna te noemen de man,
procureur mr. J. de Graaf,
en
[de vrouw],
wonende te [adres],
verweerster,
hierna te noemen de vrouw,
procureur mr. E.H. Jansen.
PROCESVERLOOP
De rechtbank heeft op 4 maart 2008 een (tussen)beschikking gegeven.
Op 10 maart 2008 is ter griffie van de rechtbank een faxbrief van mr. de Graaf ontvangen.
Ter griffie van de rechtbank is op 11 maart 2008 een faxbrief van mr. Jansen ontvangen.
De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 15 mei 2008.
Daarbij zijn partijen, bijgestaan door hun raadslieden, alsmede mevrouw A.I. van Dijk, namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen (hierna: de Raad), verschenen en gehoord.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 4 maart 2008.
Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt aangaande de omgangsregeling. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. De rechtbank overweegt daarbij dat partijen hebben afgesproken dat er voor wat betreft de omgang tussen de man en [de minderjarige 1] ruimte is om in onderling overleg de omgangsregeling uit te breiden of hiervan af te wijken. Deze regeling vergt meer onderlinge communicatie van partijen vooral ook omdat partijen over een afwijking of uitbreiding van de omgangsregeling samen dienen te beslissen en deze beslissingen niet over dienen te laten aan [de minderjarige 1].
BESLISSING
stelt de volgende omgangsregeling vast:
de man is gerechtigd de minderjarige kinderen van partijen, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2], de ene week van donderdag 18.00 uur tot vrijdag 19.30 uur bij zich te ontvangen en de andere week van donderdag 18.00 uur tot zondag 19.30 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij de ruimte bestaat om bovenstaande omgangsregeling voor wat betreft de omgang tussen [de minderjarige 1] en de man in onderling overleg uit te breiden dan wel hiervan af te wijken;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.J. Klijn in tegenwoordigheid van mr. L.J. van der Heide als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2008.
De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.
Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.
Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daaromtrent nader informeren.