ECLI:NL:RBGRO:2008:BD8387
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Schorsing omgangsregeling tussen vader en minderjarig kind wegens gebrek aan continuïteit en belang van het kind
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek van de moeder om de omgangsregeling tussen de vader en hun minderjarige kind te beëindigen. Sinds 2004 was er slechts summier contact tussen de vader en het kind, waarbij de vader geen duidelijke afspraken wilde maken of nakomen en zich niet inzette voor verbetering van de communicatie.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde op basis van een rapport en proefcontacten dat het niet in het belang van het kind was om de omgangsregeling voort te zetten. De rechtbank toetste dit verzoek aan artikel 253a Boek 1 BW en concludeerde dat continuïteit essentieel is voor de identiteitsontwikkeling van het kind, dat op dat moment acht jaar oud was.
Gezien het ontbreken van continuïteit en het feit dat de vader afspraken niet nakwam, achtte de rechtbank het niet in het belang van het kind om de omgangsregeling voort te zetten. Daarom werd het recht van de vader op omgang met het kind geschorst voor de duur van twee jaren. De moeder stemde in met het advies van de Raad en de vader verzette zich tegen het verzoek.
Uitkomst: Het recht van de vader op omgang met het minderjarige kind wordt geschorst voor de duur van twee jaren.