ECLI:NL:RBGRO:2008:BD8390
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling grootouders met minderjarige kleinkinderen onder toezicht
De grootouders van twee minderjarige kinderen, die onder toezicht zijn gesteld en in een pleeggezin verblijven, verzochten de rechtbank om een omgangsregeling waarbij zij hun kleinkinderen maandelijks en tijdens vakanties zouden mogen ontvangen. De rechtbank hield een zitting met betrokken partijen, waaronder de grootouders, pleegouders, moeder, de William Schrikker Stichting (WSS) en de Raad voor de Kinderbescherming.
De rechtbank stelde vast dat de kinderen getraumatiseerd zijn door hun vroege ervaringen en dat zij gebaat zijn bij rust en veiligheid in het pleeggezin. De huidige omgangsregeling met de grootouders, vier keer per jaar enkele uren onder toezicht van pleegouders, werd als zorgvuldig vastgesteld en passend beoordeeld. De WSS en pleegouders gaven aan dat een uitbreiding de kinderen zou overvragen en dat het contact met de grootouders nog fragiel is.
De rechtbank oordeelde dat de grootouders recht hebben op omgang, gelet op het belang van familiebanden en het recht op family life volgens artikel 8 EVRM Pro. Echter, uitbreiding van de omgangsregeling is niet in het belang van de kinderen. Daarom werd het verzoek tot een uitgebreidere omgangsregeling afgewezen en de bestaande regeling vastgelegd. De grootouders werd gewezen op de wettelijke procedure voor toekomstige verzoeken tijdens ondertoezichtstelling.
Uitkomst: De rechtbank stelt een omgangsregeling vast waarbij grootouders recht hebben op omgang één keer per kwartaal enkele uren onder toezicht van pleegouders en wijst uitbreiding af.