ECLI:NL:RBGRO:2008:BD8488
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Verzoek omgangsregeling meerderjarige zwakbegaafde zuster onder mentorschap niet-ontvankelijk
Een broer verzoekt de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen met zijn meerderjarige zuster die zwakbegaafd is en onder mentorschap staat. De zuster woont in een verzorgingstehuis en de bewindvoerder/mentor weigert omgang toe te staan, stellende dat de zuster zelf geen omgang wenst. De broer betwist dit en wijst op hun familieband en het feit dat de zuster gezien haar verstandelijke beperkingen niet verantwoordelijk kan zijn voor die wens.
De rechtbank onderzoekt het verzoek en stelt vast dat de wet, met name artikel 377a en volgende van boek 1 BW, geen grondslag biedt voor het afdwingen van een omgangsregeling met een meerderjarige, ook niet bij verstandelijke beperkingen. Daarnaast is er een mentorschap ingesteld waarbij de mentor de belangen van de zuster behartigt, inclusief het toestaan van contact met familie.
De rechtbank constateert dat er reeds beperkt contact is en dat de mentor dit regelt. Mocht de mentor zijn taak niet goed uitvoeren, dan kan de broer zich wenden tot de kantonrechter. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Partijen kunnen tegen deze beschikking hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Leeuwarden binnen drie maanden.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling omgangsregeling met meerderjarige zwakbegaafde zuster onder mentorschap wordt niet-ontvankelijk verklaard.