Art. 287 SrArt. 45 lid 1 SrArt. 302 lid 1 SrArt. 310 SrArt. 321 Sr
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak poging doodslag en veroordeling voor winkeldiefstal in Groningen
Op 9 oktober 2008 heeft de rechtbank Groningen uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens poging doodslag en winkeldiefstal. Verdachte werd ervan beschuldigd op 8 juli 2008 een persoon met een mes in de borst te hebben gestoken met de bedoeling hem van het leven te beroven, en op 27 juni 2008 goederen uit een winkel te hebben weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor poging tot doodslag onvoldoende was. Het mes en het T-shirt van het slachtoffer waren niet onderzocht op bloedsporen of perforatieschade, en de mogelijkheid van een spontane klaplong kon niet worden uitgesloten. Hierdoor ontbrak het causale verband tussen de steekwond en de klaplong, wat leidde tot vrijspraak op dit punt.
Voor de winkeldiefstal achtte de rechtbank het bewijs wel wettig en overtuigend, mede op basis van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte werd schuldig verklaard aan diefstal van een headset en mobiele telefoon uit een winkel.
Gezien de reeds door verdachte doorgebrachte voorlopige hechtenis legde de rechtbank geen straf of maatregel op. Tevens wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder vonnis af. De uitspraak werd gedaan door drie rechters onder voorzitterschap van M.J.B. Holsink.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag en veroordeeld voor winkeldiefstal zonder strafoplegging.
Uitspraak
RECHTBANK GRONINGEN
Sector Strafrecht
parketnummers: 18/670264-08 en 24/002001-07 (tul) (promis)
datum uitspraak: 9 oktober 2008
op tegenspraak
raadsman: mr. W.Chr. de Roos
V O N N I S
van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963,
wonende te [woonplaats].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 september 2008.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 8 juli 2008, in de gemeente Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aangever 1] van het leven te beroven, met dat opzet die [aangever 1] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de borststreek heeft gestoken en/of geprikt, althans getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 8 juli 2008, in de gemeente Groningen, aan een persoon genaamd [aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (bestaande uit een steekwond aan de linker voorzijde van de borstkas en/of een gedeeltelijk ingeklapte long), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borststreek te steken en/of te prikken, althans te treffen;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 8 juli 2008, in de gemeente Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [aangever 1] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de borststreek heeft gestoken en/of geprikt, althans getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 27 juni 2008, in de gemeente Groningen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een headset en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 27 juni 2008, in de gemeente Groningen, opzettelijk een headset en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(e) goed(eren) verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(n) had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(e) goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde. Hoewel er wettig bewijs is, ontbreekt de overtuiging. Zo is het T-shirt dat aangever droeg niet onderzocht, waardoor niet gebleken is dat daar doorheen is geprikt. Bovendien is op het in beslag genomen mes geen bloed van aangever aangetroffen. Tenslotte twijfelt de officier over het causale verband tussen de wond en de klaplong, die bij aangever zijn geconstateerd.
De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 2 primair ten laste gelegde, de winkeldiefstal, wettig en overtuigend bewezen kan worden en wel op grond van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.
Standpunt van de verdediging
Ook de raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde. Behalve het feit dat het T-shirt van aangever niet nader is onderzocht en er geen bloed van hem is aangetroffen op het in beslag genomen mes, ontbreekt het causale verband tussen de wond en de klaplong van aangever. Er is slechts een kleine schram geconstateerd. Om een traumatische klaplong te veroorzaken, moet door de borstkas heen gestoken worden. Niemand heeft bloed gezien en de diepte van de wond is niet vastgesteld. Veeleer moet worden gedacht aan een spontane klaplong. Aangever voelde een stekende pijn (die past bij een spontane klaplong) en dacht dat hij gestoken was. Aangever had eerder onderzocht moeten worden. Hij wilde hier echter niet aan mee werken, omdat hij zijn vest - waarin drugs zaten - veilig wilde stellen.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman gesteld het eens te zijn met de officier van justitie, nu verdachte onweersproken heeft verklaard dit te hebben gedaan.
Beoordeling
Vrijspraak
De rechtbank onderschrijft het verweer van de raadsman en acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
De rechtbank heeft bij de beoordeling van feit 2 acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], d.d. 27 juni 2008, opgenomen op pagina's 5 t/m 10 van dossier nr. PL01KF/08-005160 d.d. 30 juni 2008.
De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd.
Het klopt dat ik dat onder 2 ten laste gelegde feit gepleegd heb.
De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat
hij op 27 juni 2008, in de gemeente Groningen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een headset en een mobiele telefoon, toebehorende aan het winkelbedrijf [naam bedrijf].
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 2 primair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het feit
Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:
2. primair diefstal
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.
Strafoplegging
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 2 primair ten laste gelegde schuldig wordt verklaard zonder oplegging van straf of maatregel om de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht te compenseren.
De officier van justitie heeft zich voorts om die reden op het standpunt gesteld dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling dient te worden afgewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich niet verzet tegen een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank ziet aanleiding de vordering van de officier van justitie, gelet op de geruime tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te volgen en zal daarom geen straf of maatregel aan verdachte opleggen.
Om diezelfde reden zal de rechtbank de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 24/002001-07 afwijzen. Ook daarin volgt de rechtbank het standpunt van de officier van justitie.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9a en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
De rechtbank:
Verklaart het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.
Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.
Verklaart het onder 2 primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling
Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van het vonnis van het gerechtshof te Leeuwarden d.d. 12 maart 2008 onder parketnummer 24/002001-07.
Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. M.J.B. Holsink, voorzitter, L.W. Janssen en G. Laman, rechters, in tegenwoordigheid van A.W. ten Have-Imminga als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2008.