ECLI:NL:RBGRO:2008:BF9972

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
1 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
103263 / JE RK 08-630
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige kinderen met autisme

De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering heeft namens het bureau jeugdzorg verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen met autisme en verstandelijke beperking. De kinderrechter heeft de zaak op 26 september 2008 met gesloten deuren behandeld, waarbij moeder, vertegenwoordigers van de WSS en de gezinsvoogd zijn gehoord.

Uit de stukken en de zitting blijkt dat moeder psychiatrische problematiek zou hebben en onvoorspelbaar en manipulerend gedrag vertoont richting hulpverleners, wat het hulpverleningsproces belemmert. Moeder betwist deze problematiek en stelt stabiel te zijn, met een groot sociaal netwerk en motivatie om ouderleerdoelen te realiseren. De kinderen hebben vanwege hun beperkingen behoefte aan een gespecialiseerde behandelplek met deskundige zorg en intensieve begeleiding.

De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de kinderen. Ondanks de betrokkenheid en motivatie van moeder acht de rechter het beter dat de kinderen in een gespecialiseerde setting blijven waar structuur, stabiliteit en duidelijkheid worden geboden. De beschikking is op 1 oktober 2008 uitgesproken en is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen worden verlengd met het oog op hun specialistische zorgbehoefte en het belang van continuering van intensieve begeleiding.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 103263 / JE RK 08-630
beschikking kinderrechter d.d. 1 oktober 2008
inzake
* [minderjarige 1], geboren in de gemeente Groningen [in 2000],
* [minderjarige 2], geboren in de gemeente Groningen [in 2003],
kinderen van:
[naam moeder],
wonende te [adres]
De vader van voornoemde minderjarigen is onbekend.
De moeder is belast met het gezag over voornoemde minderjarigen.
PROCESGANG
Op 10 juli 2008 heeft de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS), namens het bureau jeugdzorg, verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing ingediend, gedateerd 9 juli 2008.
Daarbij zijn overgelegd hulpverleningsplannen en verslagen van het verloop van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, alsmede indicatiebesluiten.
Op 10 september 2008 zijn ter griffie brieven met bijlagen van moeder ontvangen.
Op 26 september 2008 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn daarbij: moeder, bijgestaan door mr. R. Raap en mevrouw S. Aukes, mevrouw J. de Vries en mevrouw F. Mulder, namens de WSS.
OVERWEGINGEN
Bij beschikking d.d. 29 augustus 2007 is de ondertoezichtstelling uitgesproken voor de tijd van 1 jaar, ingaande 6 oktober 2007.
Bij beschikking 15 februari 2008 is de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 6 oktober 2008.
Beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken.
Moeder kampt, naar de mening van de WSS, met psychiatrische problematiek en is onvoorspelbaar in haar gedrag. Zij vertoont manipulerend gedrag richting hulpverleners. Zij reageert wisselend en afwijzend op de hulpverleners en de gezinsvoogd. Hierdoor wordt de hulpverlening en het hulpverleningsproces negatief beïnvloed. De WSS acht het niet waarschijnlijk dat haar gedrag in de toekomst zal veranderen.
Ter zitting is namens moeder primair om aanhouding van de zaak verzocht, omdat het verzoekschrift niet de actuele stand van zaken weergeeft. De kinderrechter zal dit verzoek afwijzen, omdat het procesreglement met betrekking tot het civiele jeugdrecht voorschrijft dat verlengingsverzoeken uiterlijk tijdens de achtste week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende maatregelen moeten worden ingediend. Dit brengt met zich mee dat de inhoud van een verzoekschrift niet over de actuele feiten en omstandigheden kan beschikken. Deze dienen ter zitting aan bod te komen.
Moeder heeft ter zitting aangegeven, dat zij niet meer met de WSS wil samenwerken, omdat de WSS de kinderen beschadigt waardoor zij in hun ontwikkeling stagneren. De WSS voert een eenzijdig beleid en houdt haar achteraf op de hoogte van de ontwikkeling van de kinderen. Zij heeft daaraan toegevoegd dat zij wel altijd op één lijn staat met de begeleiders van de kinderen als het om hun ontwikkeling gaat.
Moeder gaat akkoord met een verlenging van de ondertoezichtstelling, maar niet met een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Zij betwist dat zij een psychiatrische stoornis heeft en stelt dat zij stabiel is. Zij stelt voorts dat zij hard gewerkt heeft aan het behalen van de door de Raad voor de Kinderbescherming geformuleerde ouderleerdoelen. Hierdoor is zij zich bewust geworden van de complexiteit van de problemen die de kinderen hebben en wat het vergt om hen een adequate opvoedingssituatie te bieden. Ook stelt moeder dat zij over een groot sociaal netwerk beschikt waarop zij kan terugvallen indien nodig.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn naar het oordeel van de kinderrechter vanwege hun autisme en verstandelijke beperking aangewezen op een gespecialiseerde behandelplek waar hen deskundige zorg en intensieve begeleiding geboden wordt. Zij hebben vanwege hun beperkingen behoefte aan structuur, stabiliteit en duidelijkheid in een setting die gespecialiseerd is in bovenstaande problematiek.
Hoewel gebleken is dat moeder zeer betrokken is op de kinderen en zeer gemotiveerd is om de ouderleerdoelen te realiseren en te leren wat de kinderen nodig hebben, acht de kinderrechter het thans in het belang van de kinderen dat zij uit huis geplaatst blijven en verblijven op een plek waar hen bovenstaande aspecten geboden wordt.
Op grond van de verkregen informatie, zoals in opgemeld verzoek aangegeven en ter terechtzitting aangevuld, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van de minderjarigen de termijn van de ondertoezichtstelling met een jaar dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn.
Voorts is de kinderrechter van oordeel dat verlenging van de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing in een residentiële inrichting noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen.
BESLISSING
verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met een jaar, ingaande 6 oktober 2008, met behoud van de opdracht van de ondertoezichtstelling aan de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS), te Amsterdam, p/a Postbus 12865, namens het bureau jeugdzorg;
verlengt voorts de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarigen in een residentiële inrichting, met ingang van 6 oktober 2008 voor de duur van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. K.R. Bosker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2008.
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.