ECLI:NL:RBGRO:2008:BG7491
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vader niet als belanghebbende erkend bij ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De vader, die de minderjarige biologisch erkend heeft maar geen gezag meer heeft, werd betwist als belanghebbende in de procedure. De moeder voert aan dat er geen family life meer bestaat tussen vader en kind, aangezien vader de minderjarige ruim zes jaar niet heeft gezien en geen contact heeft gehad.
De rechtbank bevestigt dat de vader juridisch gezien de vader is, maar dat het gezamenlijk gezag in 2003 is beëindigd, waarna alleen de moeder het gezag heeft. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad bestaat family life tussen vader en kind alleen als er nauwe en regelmatige contacten zijn, wat hier ontbreekt.
Daarom oordeelt de rechtbank dat er geen family life meer is in de zin van artikel 8 EVRM Pro en dat de vader niet als belanghebbende kan worden aangemerkt voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: De vader wordt niet als belanghebbende erkend bij de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige.