ECLI:NL:RBGRO:2008:BJ4451
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omvang arbeidsduur en loonbetaling bedrijfsleider horecagelegenheid
De werknemer trad op 1 juli 2004 in dienst als bedrijfsleider bij een horecagelegenheid met een contractuele minimale werktijd van 4 uur per week. De arbeidsovereenkomst werd verlengd, maar de omvang van de daadwerkelijk gewerkte uren was onderwerp van geschil. De werkgever betwistte dat de werknemer meer dan vier uur per week werkte en stelde dat de werknemer op 12 juli 2005 ontslag had genomen.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer zich op 12 juli 2005 ziek had gemeld, ondanks dat dit niet expliciet was gedaan, en dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd voor het tegendeel. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2006 werd bevestigd, maar het contract eindigde formeel op 31 december 2005.
De kantonrechter liet de werknemer toe tot bewijslevering omtrent de omvang van het dienstverband, waarbij getuigenverklaringen konden worden gehoord. De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor nadere uitlatingen en bewijsvoering, met verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter laat werknemer toe tot bewijslevering over arbeidsduur en houdt verdere beslissing aan.