ECLI:NL:RBGRO:2008:BL0268
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens pensioenschade bij vervroegde uittreding na disfunctioneren
L. was van 1972 tot 2002 in dienst bij Rabobank en maakte gebruik van de VUT-regeling per 1 april 2002, waarbij zijn VUT-uitkering en pensioenopbouw werden verlaagd naar 30% respectievelijk 40% van het oorspronkelijke percentage. L. stelde dat hij onjuist was geïnformeerd over de pensioenopbouw en vorderde schadevergoeding wegens pensioenschade.
De Rabobank voerde aan dat de verlaging van de pensioenopbouw naar rato van de VUT-uitkering gebruikelijk en bekend was, en dat L. zich bewust had moeten zijn van de gevolgen, mede omdat hij werd bijgestaan door een vakbondsbestuurder en advocaat. Er waren geen afwijkende afspraken over volledige pensioenopbouw gemaakt.
De kantonrechter oordeelde dat de pensioenopbouw naar rato van de VUT-uitkering werd voortgezet conform de regeling en dat er geen sprake was van een afwijkende afspraak. De stelling van L. dat hij een volledige pensioenopbouw als voorwaarde had gesteld, werd niet bewezen. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en L. werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van pensioenschade wordt afgewezen en L. wordt veroordeeld in de proceskosten.