ECLI:NL:RBGRO:2008:BX7543
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Vordering op extra beloning plaatsvervangend concertmeester en verjaring
In deze civiele procedure vordert Q, werkzaam bij Stichting Noord-Nederlands Orkest (NNO), een extra beloning voor het waarnemen van de functie van 1e concertmeester vanuit zijn functie als plaatsvervangend 1e concertmeester. De kern van het geschil betreft de hoogte van de beloning en de vraag welke delen van de vordering zijn verjaard.
De rechtbank overweegt dat NNO niet onvoorwaardelijk afstand heeft gedaan van haar verjaringsrecht, aangezien geen finale kwijting is bereikt. De salarisvordering van Q is verjaard tot en met november 1996, maar vorderingen na 23 oktober 1996 worden beoordeeld. Voor de periode vanaf januari 2002 tot maart 2003 heeft NNO een salaris betaald dat overeenkomt met de functie van plaatsvervangend 1e concertmeester, inclusief een extra toelage, welke door Q niet is weersproken.
De rechtbank stelt dat Q recht heeft op extra beloning voor de dagen waarop hij als 1e concertmeester heeft gefungeerd, verminderd met wachtdagen, waarbij het dagloon van de 1e concertmeester wordt vastgesteld als het gemiddelde van de daglonen van twee collega’s. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere specificatie van de dagen en bewijslevering. Verder worden beslissingen over vakantiedagen aangehouden en wordt partijen de mogelijkheid geboden hoger beroep in te stellen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering deels toe en verwijst de zaak voor nadere specificatie en bewijslevering.