ECLI:NL:RBGRO:2009:BI2789
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op overgang van onderneming en opvolgend werkgeverschap bij taxibedrijf
Eiseres was sinds 1999 in dienst bij taxibedrijf A met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Na beëindiging van het vervoerscontract tussen taxibedrijf A en Stichting X, sloot Stichting X een contract met taxibedrijf B. Eiseres trad daarop in dienst bij taxibedrijf B voor bepaalde tijd, maar haar contract werd niet verlengd.
Eiseres stelde in kort geding dat zij op grond van overgang van onderneming of subsidiair opvolgend werkgeverschap aanspraak had op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij taxibedrijf B. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van overgang van onderneming omdat er geen contractuele relatie tussen taxibedrijf A en B bestond en de identiteit van de onderneming niet behouden bleef.
Ook het beroep op de CAO-regeling faalde omdat de waarde van het vervoerscontract onder de drempel van €300.000 lag. Ten aanzien van opvolgend werkgeverschap stelde de rechtbank dat hoewel het werk deels gelijksoortig was, er geen zodanige banden tussen de bedrijven waren dat taxibedrijf B als opvolger van taxibedrijf A kon worden beschouwd.
De vorderingen van eiseres werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens ontbreken van overgang van onderneming en opvolgend werkgeverschap.