ECLI:NL:RBGRO:2009:BI5997
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging machtiging tot uithuisplaatsing wegens onvoldoende gronden
De kinderrechter te Groningen behandelde een zaak betreffende de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De vader heeft het gezag over het kind en beschikt over zeer beperkte woonruimte. Het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R) verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing vanwege twijfels over de pedagogische vaardigheden van de vader en de woonomstandigheden.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de minderjarige een uitgebreide omgangsregeling met de vader heeft, waarbij hij veelvuldig bij hem verblijft. De vader heeft zich bereid verklaard hulpverlening te accepteren en de gezinsvoogd zal ondersteuning bieden. Foto’s van de woning toonden aan dat alle voorzieningen aanwezig zijn en dat de minderjarige een eigen kamer heeft.
De kinderrechter oordeelde dat het enkele feit dat de vader over beperkte woonruimte beschikt, niet voldoende grond is om de minderjarige uit huis te plaatsen. De twijfels over pedagogische vaardigheden worden deels weggenomen door de toezegging van hulpverlening en de feitelijke omgang. Daarom worden de gronden voor de machtiging tot uithuisplaatsing niet langer als aanwezig beschouwd.
De kinderrechter besloot de machtiging tot uithuisplaatsing met ingang van de uitspraak te beëindigen en wees het meer of anders verzochte af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt beëindigd wegens onvoldoende gronden.