ECLI:NL:RBGRO:2009:BI5997

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
23 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
102418 / JE RK 08-492
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:261 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging machtiging tot uithuisplaatsing wegens onvoldoende gronden

De kinderrechter te Groningen behandelde een zaak betreffende de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De vader heeft het gezag over het kind en beschikt over zeer beperkte woonruimte. Het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R) verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing vanwege twijfels over de pedagogische vaardigheden van de vader en de woonomstandigheden.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de minderjarige een uitgebreide omgangsregeling met de vader heeft, waarbij hij veelvuldig bij hem verblijft. De vader heeft zich bereid verklaard hulpverlening te accepteren en de gezinsvoogd zal ondersteuning bieden. Foto’s van de woning toonden aan dat alle voorzieningen aanwezig zijn en dat de minderjarige een eigen kamer heeft.

De kinderrechter oordeelde dat het enkele feit dat de vader over beperkte woonruimte beschikt, niet voldoende grond is om de minderjarige uit huis te plaatsen. De twijfels over pedagogische vaardigheden worden deels weggenomen door de toezegging van hulpverlening en de feitelijke omgang. Daarom worden de gronden voor de machtiging tot uithuisplaatsing niet langer als aanwezig beschouwd.

De kinderrechter besloot de machtiging tot uithuisplaatsing met ingang van de uitspraak te beëindigen en wees het meer of anders verzochte af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt beëindigd wegens onvoldoende gronden.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 102418 / JE RK 08-492
beschikking kinderrechter d.d. 23 april 2009
inzake
* [de minderjarige], geboren in de gemeente [***] [in 1995],
kind van:
[vader],
wonende te [adres],
en
[moeder],
zonder bekend woon- of verblijfplaats.
De vader is belast met het gezag over voornoemde minderjarige.
PROCESGANG
De kinderrechter in deze rechtbank heeft op 16 juli 2008 en 16 januari 2009 (tussen)beschikkingen gegeven.
Op 17 april 2009 heeft de kinderrechter de behandeling van de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren voortgezet. Gehoord zijn daarbij: de vader, bijgestaan door mr. G. Meijer, raadsman, en de heer S. Rienstra, namens het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R).
De kinderrechter heeft de minderjarige [de minderjarige] afzonderlijk gehoord.
Ter zitting is namens het LJ&R een indicatiebesluit overgelegd.
Ter zitting zijn door de vader foto's overgelegd van zijn woning.
OVERWEGINGEN
Bij beschikking d.d. 16 juli 2008 is de termijn van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] met een jaar verlengd, ingaande 25 juli 2008. Voorts is de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg voor de tijd van zes maanden verlengd, tot 25 januari 2009. De beslissing met betrekking tot de langer verzochte duur van de machtiging tot uithuisplaatsing is daarbij aangehouden.
Bij beschikking d.d. 16 januari 2009 is de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor de duur van drie maanden, derhalve tot 25 april 2009. De beslissing is voor het overige aangehouden.
Beoordeling kinderrechter
Het LJ&R heeft ter zitting gepersisteerd bij het verzoek [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg.
De kinderrechter acht de gronden die namens het LJ&R hiervoor zijn aangevoerd, niet afdoende. Immers, krachtens artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, dient een uithuisplaatsing noodzakelijk te zijn in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. De kinderrechter is van deze noodzaak niet gebleken.
Op grond van het verhandelde ter zitting kan de kinderrechter niet anders concluderen dan dat het LJ&R als enige grond voor de machtiging tot uithuisplaatsing aanvoert dat de vader niet over voldoende adequate woonruimte beschikt. Het LJ&R heeft weliswaar daarnaast aangevoerd dat er twijfels zijn over de pedagogische vaardigheden van de vader, maar de gezinsvoogd heeft tegelijkertijd toegezegd dat hij de hulp en de ondersteuning in dezen op zich zal nemen. De vader heeft zich bereid verklaard om hulpverlening te aanvaarden. Vaststaat dat [de minderjarige] de weekenden bij zijn vader doorbrengt en tevens iedere woensdag bij zijn vader verblijft. Voorts gaat hij na schooltijd naar zijn vader toe. Het LJ&R bevestigt dat [de minderjarige] in het pleeggezin uitsluitend eet en slaapt; feitelijk verblijft hij bij zijn vader. De kinderrechter is van oordeel dat deze uitgebreide omgang(sregeling) niet volledig valt te rijmen met de twijfels die het LJ&R heeft over de pedagogische vaardigheden van de vader.
Voor wat betreft de woning geldt dat de kinderrechter van oordeel is dat de vader weliswaar beschikt over zeer beperkte woonruimte, zoals eerder overwogen in de beschikking d.d. 16 juli 2008, doch dit alleen is niet voldoende grond om [de minderjarige] uit huis te plaatsen. De kinderrechter is - uit de ter zitting door de vader overgelegde foto's - bovendien gebleken dat alle voorzieningen in de woning aanwezig zijn en dat [de minderjarige] zijn eigen kamer heeft. De situatie is weliswaar niet ideaal, maar deze zal hopelijk op korte termijn verbeteren. Immers, de vader blijft zoeken naar een andere woning.
Gelet op het vorenstaande is de kinderrechter van oordeel dat er niet langer gronden bestaan om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De verleende machtiging zal dan ook met ingang van heden worden beëindigd.
BESLISSING
beëindigt met ingang van heden de machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarige in een voorziening voor pleegzorg;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. M.P. den Hollander, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2009.
nw
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.