ECLI:NL:RBGRO:2009:BI7432
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J.A.M. Dijkers
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlandse algemene voorwaarden en bevoegdheid rechter bij schade door kraanbedrijf
In deze civiele handelszaak tussen het Nederlandse kraan- en transportbedrijf Wagenborg Nedlift B.V. en de Duitse opdrachtgever Natus GmbH & Co. KG ontstond schade bij het verplaatsen van schakelkasten. Natus weigerde de factuur te voldoen en stelde dat haar algemene voorwaarden van toepassing waren, met de Duitse rechter als bevoegde instantie.
De rechtbank beoordeelde de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden aan de hand van art. 4 van Pro het EVO-verdrag, waarbij het land van de kenmerkende prestatie bepalend is. Omdat Wagenborg de kenmerkende prestatie verrichtte, is Nederlands recht van toepassing. De Nederlandse algemene voorwaarden van Wagenborg zijn daarmee toepasselijk.
Natus stelde dat zij niet tijdig kennis had kunnen nemen van de voorwaarden en dat de exoneratieclausule onredelijk was, mede op grond van art. 6:248 lid 2 BW Pro. De rechtbank volgde dit verweer niet, omdat Natus als professionele partij het gerechtvaardigd vertrouwen wekte met haar stilzwijgende instemming.
Het incident betreffende de bevoegdheid van de Nederlandse rechter werd afgewezen. De zaak werd aangehouden voor verdere behandeling van de hoofdzaak en de kostenbeslissing van het incident werd aangehouden tot die tijd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het bevoegdheidsincident af en bepaalt dat de Nederlandse algemene voorwaarden van Wagenborg van toepassing zijn.