ECLI:NL:RBGRO:2009:BI8279
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering WWB wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid hennepkwekerij
Eiseres ontving een WWB-uitkering en in haar woning werd een hennepkwekerij aangetroffen. Verweerder trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens vermeende betrokkenheid en schending van de inlichtingenplicht. Eiseres stelde dat zij niet wist van de kwekerij en dat haar ex-echtgenoot toezicht hield tijdens haar afwezigheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat eiseres betrokken was bij de hennepkwekerij voorafgaand aan haar terugkeer. Het enkele feit dat de kwekerij in haar woning was, is onvoldoende om schending van de inlichtingenplicht aan te nemen voor de periode dat zij elders verbleef. Wel is sprake van schending vanaf haar terugkomst toen zij de kwekerij aantrof en dit niet meldde.
Daarnaast werden kasstortingen op haar bankrekening als inkomen aangemerkt, omdat eiseres geen bewijs leverde dat deze gelden leningen waren. Verweerder mocht daarom de bijstand over de betreffende perioden herzien en terugvorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de hennepkwekerij.