ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ4538
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzwijging arbeidsongeschiktheid bij indiensttreding en gevolgen voor loonaanspraken
Bast trad op 5 maart 2001 in dienst bij Corbier als meubelmaker en was toen gedeeltelijk arbeidsongeschikt door fysieke klachten, zonder dit te melden. Vanaf oktober 2004 viel hij ziek uit door psychische klachten, wat voortduurde tot oktober 2006. Corbier stopte in augustus 2006 met loonbetaling. Bast vorderde loon en vakantiegeld tot december 2006, terwijl Corbier stelde dat Bast zijn mededelingsplicht had geschonden en eiste terugbetaling van onverschuldigd loon en kosten.
De kantonrechter oordeelde dat Bast geen meldingsplicht had bij indiensttreding volgens artikel 7:629 lid 3 BW Pro, omdat zijn beperkingen fysiek waren en zijn ziekte later psychisch. Bast had de bedongen arbeid tot ziekmelding naar behoren verricht. De loonvordering werd toegewezen, beperkt tot 70% over de ziekteperiode tot oktober 2006. Corbier had tot juni 2006 vakantiegeld betaald, dus alleen de periode juli-oktober 2006 resteerde.
In reconventie werd het beroep van Corbier op onverschuldigde betaling afgewezen. Wel oordeelde de rechter dat Bast zich niet als goed werknemer had gedragen door bij ziekmelding zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid niet te melden, waardoor Corbier schade leed. Corbier mocht zijn schade nader onderbouwen. De zaak werd verwezen naar de rol voor nadere uitlatingen van partijen.
Uitkomst: Werknemer behoudt loonaanspraken ondanks verzwijging arbeidsongeschiktheid bij indiensttreding, maar is aansprakelijk voor schade door nalaten informatieverstrekking bij ziekmelding.