ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ4772
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst over huurbeëindiging en vergoeding tussen huurders en verhuurder
In deze zaak vorderen twee huurders van een kamer aan de [X]straat te Groningen een verklaring dat er een overeenkomst tot beëindiging van hun huurovereenkomst bestaat met de verhuurder, alsmede een vergoeding van €1.350 per persoon. De verhuurder betwist het bestaan van een dergelijke overeenkomst en stelt dat het aanbod van €1.000 per persoon niet is geaccepteerd, waarna de huurders een tegenvoorstel deden dat niet is aanvaard.
De kantonrechter stelt vast dat een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding, waarbij een nieuw aanbod het eerdere aanbod vervangt. Het mondelinge aanbod van de verhuurder van €1.000 is niet tijdig geaccepteerd en is vervallen. Het schriftelijke tegenvoorstel van de huurders van €1.350 en hulp bij verhuizing is een nieuw aanbod dat door de verhuurder niet is aanvaard.
De kantonrechter concludeert dat geen overeenkomst is gesloten over de beëindiging van de huur en vergoeding. Hoewel de huurders later een verklaring ondertekenden waarin zij akkoord gingen met huurbeëindiging, leidt dit niet tot het ontstaan van een overeenkomst over de vergoeding. De vorderingen worden afgewezen en de huurders worden veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld vanwege het ontbreken van een advocaat aan de zijde van de verhuurder.
Uitkomst: De vorderingen van de huurders worden afgewezen wegens het ontbreken van een overeenkomst over huurbeëindiging en vergoeding.