ECLI:NL:RBGRO:2009:BK2550

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
25 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
112352/JE RK 09-758
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige met HIV-infectie wegens zorgvuldige medicatiecontrole

Op 31 augustus 2009 heeft de William Schrikker Groep namens het bureau jeugdzorg een verzoek ingediend tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige met HIV-infectie. De kinderrechter heeft op 25 september 2009 de zaak behandeld en de ouders en een vertegenwoordiger van WSG gehoord.

De minderjarige heeft de HIV-infectie opgelopen tijdens de geboorte door keuzes van de ouders die niet in het belang van haar gezondheid waren. Na een periode van uithuisplaatsing woont het kind sinds maart 2009 weer thuis, waarbij ouders samenwerken met behandelaars en gezinsvoogd. De medicatietoediening was tot eind september 2009 onder toezicht van thuiszorg, daarna zijn de ouders zelf verantwoordelijk.

De kinderrechter oordeelt dat ondanks positieve ontwikkelingen het vertrouwen nog niet aanwezig is om de ondertoezichtstelling op te heffen. De relatie tussen ouders en kinderarts wordt als zorgelijk beschouwd en het is onduidelijk of het persoonlijkheidsonderzoek van de ouders ook toezicht op medische beslissingen aanbeveelt. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd met zes maanden om de verantwoordelijkheid van de ouders verder te monitoren.

De WSG dient na deze periode te evalueren en eventueel een nieuw verzoek in te dienen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven door kinderrechter M.P. den Hollander op 25 september 2009.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt met zes maanden verlengd wegens blijvende zorgen over medicatietoediening en medische zorg.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 112352 / JE RK 09-758
beschikking kinderrechter d.d. 25 september 2009
inzake het kind.
De ouders zijn belast met het gezag over voornoemde minderjarige.
PROCESGANG
Op 31 augustus 2009 heeft de William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSG), namens het bureau jeugdzorg, een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling ingediend voor de duur van zes maanden, gedateerd 28 augustus 2009.
Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.
Op 25 september 2009 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn daarbij de ouders en de heer S.P. de Winter namens de WSG.
OVERWEGINGEN
Bij beschikking d.d. 24 september 2008 is de ondertoezichtstelling verlengd voor de tijd van een jaar, ingaande 20 oktober 2008. Voorts is bij die beschikking de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Standpunt van de WSG
[het kind] heeft ten gevolge van het handelen van haar ouders een HIV-infectie opgelopen tijdens de geboorte. Na haar geboorte hebben de ouders enkele malen keuzes gemaakt die niet in het belang waren van de gezondheid en fysieke ontwikkeling van [het kind]. Deze keuzes hebben in de zomer van 2007 geleid tot een uithuisplaatsing van [het kind].
Vanaf eind maart 2009 woont [het kind] weer thuis. Ouders werken goed mee met de samenwerking tussen hen, de behandelaars van [het kind] en de gezinsvoogd. Ouders hebben zelf thuiszorg voor de medicatietoediening georganiseerd en zij gaan vanaf april 2009 zelf met [het kind] naar controles in het UMCG. Vanaf eind september 2009 ziet de thuiszorg niet meer toe op de medicatietoediening en zijn de ouders daar zelf verantwoordelijk voor. [het kind] staat onder controle van de kinderarts. Via de bloedwaarden van [het kind] wordt erop toegezien dat de medicatie trouw wordt toegediend. De komende periode dient te worden toegewerkt naar een opheffing van de ondertoezichtstelling.
WSG noemt ten aanzien van de komende periode de volgende doelen:
- [het kind] krijgt dagelijks haar medicatie toegediend;
- [het kind] heeft wekelijks fysiotherapie bij Beatrixoord te Haren;
- de ouders houden zich aan de afspraken met het UMCG en houden de gezinsvoogd op de hoogte van deze afspraken.
Standpunt van de ouders.
De ouders hebben aangegeven dat [het kind] eenmaal per drie maanden onder controle van de kinderarts blijft staan.
Naar hun mening heeft het geen meerwaarde als de ondertoezichtstelling langer dan zes maanden wordt verlengd. Het afgelopen half jaar is er in de thuissituatie al gedurende een periode van een half jaar toezicht van Thuiszorg geweest.
Beoordeling.
Op grond van de verkregen informatie zoals in opgemeld verzoek aangegeven en ter zitting aangevuld, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van de minderjarige de termijn van de ondertoezichtstelling - zoals verzocht - met zes maanden dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn. De kinderrechter overweegt hiertoe het volgende.
Het forensisch onderzoeksinstituut FORA te Amsterdam heeft naar aanleiding van de resultaten van het persoonlijkheidsonderzoek van de ouders van [het kind], geconcludeerd dat de ouders geen persoonlijkheidsstoornis of andere psychiatrische aandoeningen hebben en dat zij voldoende draagkracht hebben om voor [het kind] te zorgen. De resultaten van dit onderzoek vormden voor de WSG aanleiding om [het kind] in maart 2009 thuis te plaatsen, waarbij bepaalde voorwaarden aan de ouders zijn gesteld. Tot eind september 2009 heeft Thuiszorg er op toegezien dat [het kind] twee maal daags haar medicatie kreeg toegediend. Vanaf eind september 2009 zijn de ouders zelf verantwoordelijk voor de toediening van de medicatie. De WSG heeft aangegeven dat controle op de medicatie achteraf gebeurt, door meting van de bloedwaarden van [het kind] door het UMCG. De WSG is van mening dat de komende periode dient te worden toegewerkt naar een opheffing van de ondertoezichtstelling. Om die reden heeft de WSG ook verzocht om een korte verlenging van de ondertoezichtstelling met zes maanden.
[het kind] heeft een HIV infectie opgelopen tijdens de geboorte. De kans op deze infectie had, indien het geadviseerde behandelingstraject door de ouders was gevolgd, gereduceerd kunnen worden tot 0,1 %. [het kind] is thans zeer waarschijnlijk blijvend aangewezen op medicatie en (intensieve) medische zorg. Door toedoen van de ouders nadien is er ook sprake geweest van (een) zeer ernstige bedreiging(en) in de ontwikkeling van [het kind], zelfs zodanig dat [het kind] in een (zeer) levensbedreigende situatie(s) terecht is gekomen. Hetgeen is voorgevallen vormt een grond voor ontzetting van het ouderlijk gezag.
Het is zonder meer positief dat ouders de achterliggende periode goed hebben meegewerkt aan al dat nodig was en het is ook zonder meer positief dat het vertrouwen bestaat dat ouders op termijn zelf de regie over de zorg voor [het kind] kunnen voeren. Een en ander neemt evenwel niet weg dat bij de kinderrechter op grond van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken het vertrouwen dat al toegewerkt kan worden naar een opheffing van de ondertoezichtstelling (nog) niet aanwezig is. Zoals ook ter zitting aangegeven beschouwt de kinderrechter het als buitengewoon zorgelijk dat de verhouding tussen de ouders en de kinderarts in de stukken als zorgwekkend wordt beschreven en de kinderarts ook negatief staat tegenover het besluit van de WSG om [het kind] weer thuis te plaatsen. Daarbij komt dat uit evaluatierapport van de WSG onvoldoende te destilleren valt of de FORA bij haar conclusie dat een thuisplaatsing van [het kind] verantwoord is, al dan niet tévens heeft aangegeven het van belang te achten dat er toezicht blijft op beslissingen die de ouders maken over de behandeling van [het kind] (zie pagina 3, onder ouderdoelen, tweede streepje). Ook ter zitting is daar geen helderheid over verkregen.
Gelet op de ernst van hetgeen is voorgevallen en gelet op het feit dat de ouders pas sinds zeer korte tijd zelf de volledige verantwoordelijkheid dragen voor de medicatietoediening van [het kind] is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling thans dient te worden verlengd met de door de WSG gevraagde periode van een half jaar.
De komende tijd zal in het kader van de ondertoezichtstelling moeten worden bezien of de ouders deze verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk nemen en blijven nemen. Daarnaast dient te worden bezien of de ouders het komende half jaar er voor zorg blijven dragen dat [het kind] fysiotherapie krijgt. Ook is het van belang dat de ouders de komende tijd laten blijken dat zij accepteren dat de kinderarts van het UMCG een regiefunctie heeft. Ten slotte dient duidelijkheid te worden verkregen over voornoemde visie van de FORA over de noodzaak van het al dan niet het houden van toezicht op de beslissingen die de ouders maken over de behandeling van [het kind].
De kinderrechter gaat er daarbij van uit dat indien de WSG na deze zes maanden niet overgaat tot het indienen van een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, de WSG hiervan, conform de wet, mededeling doet aan de Raad voor de Kinderbescherming.
BESLISSING
verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarige [het kind] voor de duur van zes maanden ingaande 20 oktober 2009, met behoud van opdracht van de ondertoezichtstelling aan de William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSG) te Amsterdam, p/a Postbus 12685, namens het bureau jeugdzorg ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. M.P. den Hollander, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.F. de Vries, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2009.