ECLI:NL:RBGRO:2009:BK2645
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing aan vader wegens risico klemsituatie
Partijen hadden gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, dat sinds 2007 bij de vader woont vanwege de psychische ziekte van de moeder. De moeder was regelmatig opgenomen bij een GGz-instelling en kon haar ouderlijke taken niet vervullen. De communicatie tussen ouders was nihil en er was geen uitzicht op verbetering. De moeder wilde wel het contact herstellen, maar haar ziektebeeld was onzeker en zorgelijk, mede vanwege een mogelijke autisme diagnose.
De vader verzocht de rechtbank het gezamenlijk gezag te beëindigen en hem het gezag alleen toe te wijzen, omdat het risico bestond dat het kind klem zou komen te zitten tussen de ouders. De moeder was het hier niet mee eens en stelde dat zij voldoende begeleiding kreeg en het gezamenlijk gezag niet in de weg stond.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden sinds het gezamenlijk gezag werd vastgesteld, en dat het in het belang van het kind was het gezag aan de vader toe te wijzen. De moeder kon het gezag niet adequaat invullen en het risico op een klemsituatie was reëel. De beschikking werd gegeven met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt aan de vader alleen toegekend.