ECLI:NL:RBGRO:2009:BK5275
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Medeplichtigheid aan verduistering in dienstbetrekking met werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Groningen heeft verdachte schuldig verklaard aan medeplichtigheid bij verduistering van aanzienlijke geldbedragen uit de besloten vennootschappen waarbij zij in dienst was. Verdachte stond in een dienstbetrekking en was medebestuurder van de betrokken BV's, waarbij zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat verduistering plaatsvond door haar partner en medeverdachte.
De rechtbank oordeelde dat verdachte ondanks haar ontkenningen en het verweer van onwetendheid en naïviteit, verantwoordelijk was voor haar rol in het faciliteren van de verduistering, onder meer door het tekenen van stukken zonder deze te lezen en het toestaan van bankrekeninggebruik. De omvang van de verduisterde bedragen en het luxueuze privégebruik van de gelden, waaronder verblijf in het Hotel Ritz te Parijs, werden zwaar meegewogen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de primaire tenlasteleggingen wegens onvoldoende bewijs, maar veroordeelde haar voor het subsidiaire feit van medeplichtigheid. De straf bestaat uit een werkstraf van 240 uur met een vervangende hechtenis van 120 dagen, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar, en een bijzondere voorwaarde van vier maanden elektronisch toezicht. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard voor het strafproces en dient via de civiele rechter te worden behandeld.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 uur werkstraf, 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 4 maanden elektronisch toezicht wegens medeplichtigheid aan verduistering.