ECLI:NL:RBGRO:2009:BK8072
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning vaderschap wegens ontbreken biologische band
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van belanghebbende A. en tot wijziging van zijn geslachtsnaam in die van belanghebbende B. De rechtbank heeft op basis van stukken, verklaringen en het grote verschil in huidskleur vastgesteld dat belanghebbende A. niet de biologische vader is van verzoeker. Omdat er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:199 BW Pro, leest de rechtbank het verzoek als een verzoek tot vernietiging van de erkenning.
De rechtbank wijst het verzoek tot vernietiging van de erkenning toe en verklaart het verzoek tot geslachtsnaamwijziging niet-ontvankelijk, omdat verzoeker op grond van artikel 1:5 lid 1 en Pro 1:206 lid 1 BW voortaan automatisch de achternaam van zijn moeder zal dragen. De juridische band met belanghebbende A. wordt daarmee beëindigd en verzoeker staat alleen in familierechtelijke relatie tot zijn moeder.
De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij alle partijen zijn gehoord. De rechtbank acht het belang van verzoeker voldoende gediend met de vernietiging van de erkenning en sluit aan bij de biologische werkelijkheid.
Uitkomst: De erkenning van het vaderschap is vernietigd en het verzoek tot geslachtsnaamwijziging is niet-ontvankelijk verklaard.