ECLI:NL:RBGRO:2009:BL0271
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om eenoudergezag afgewezen wegens onvoldoende verslechtering situatie
De vrouw verzocht de rechtbank om haar eenhoofdig gezag toe te kennen over het minderjarige kind [A.], mede vanwege communicatieproblemen en het gebrek aan medewerking van de man, waaronder het weigeren van toestemming voor een paspoort en het ontbreken van contact.
De rechtbank stelde vast dat partijen gehuwd waren geweest en gezamenlijk het gezag uitoefenden na echtscheiding. Diverse omgangsregelingen en ondertoezichtstellingen waren getroffen, waarbij het contact tussen de man en het kind stroef verliep en de man zich deels terugtrok.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat de situatie sinds de eerdere beschikking van het Gerechtshof Leeuwarden in 2004 niet zodanig verslechterd was dat het gezamenlijk gezag moest worden beëindigd. Er was onvoldoende bewijs dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders.
De rechtbank vond dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd en dat het belang van het kind beter gediend was met het voortzetten van het gezamenlijk gezag. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om eenhoofdig gezag over het minderjarige kind wordt afgewezen; het gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd.