ECLI:NL:RBGRO:2009:BL4368
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid in opdrachtverlening onderzoek brand
In deze zaak heeft DGMR Bouw BV een vordering ingesteld tegen H.B. Horecabedrijven Exploitatie Noord-Nederland BV tot betaling van een factuur voor een onderzoek naar de oorzaak van een brand in een horecagelegenheid. De discussie draait om de vraag of wijlen J., die de opdracht gaf, bevoegd was Horecabedrijven te vertegenwoordigen.
J. heeft mondeling namens Horecabedrijven verweer gevoerd, maar er is geen machtiging overgelegd die zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid aantoont. De directeuren van Horecabedrijven, de zonen van J., stellen dat hij niet gemachtigd was en dat hij in privé handelde namens de eigenaresse mevrouw K.
DGMR heeft nog niet op dit verweer kunnen reageren. Daarom verwijst de kantonrechter de zaak naar de rol van 6 oktober 2009 om DGMR alsnog in de gelegenheid te stellen haar standpunt toe te lichten. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Zaak verwezen naar de rol voor nadere uitlating over vertegenwoordigingsbevoegdheid en verdere beslissing aangehouden.