ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7121
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.W. de Jonge
- W.P. Claus
- H.A. Oldenziel
- Rechtspraak.nl
Beperking terugvordering onverschuldigde bezoldiging ambtenaar na ontslag
Eiser, een ambtenaar, werd geconfronteerd met terugvordering van €129.551,84 aan onverschuldigde bezoldiging over de periode van 1 augustus 2004 tot 1 november 2006. De bezoldiging werd doorbetaald ondanks een beëindiging van zijn dienstverband per 1 augustus 2004. Eiser stelde dat het rechtszekerheidsbeginsel en een redelijke termijn van terugvordering in acht moesten worden genomen, waarbij hij zich beroept op jurisprudentie die terugvordering beperkt tot twee jaar na betaling en een zesmaandenregel.
De rechtbank overwoog dat de ontslagdatum en de rechtmatigheid daarvan vaststaan en dat de doorbetaling onverschuldigd was. Jurisprudentie laat terugvordering toe binnen twee jaar na betaling, met mogelijke verlenging tot vijf jaar bij toedoen van betrokkene, wat hier niet is vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat eiser pas vanaf het besluit van 26 april 2005 redelijkerwijs kon weten dat de betalingen onverschuldigd waren, mede omdat voorlopige voorzieningen en schorsingen de situatie onduidelijk hielden.
De rechtbank verwierp de toepassing van de zesmaandenjurisprudentie omdat de loondoorbetaling direct na het signaal werd stopgezet. Het bestreden besluit werd vernietigd voor de periode voor 26 april 2005 en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze termijn. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde bezoldiging wordt beperkt tot de periode vanaf 26 april 2005 en het bestreden besluit wordt vernietigd voor de eerdere periode.