ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7163
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek handhaving bestemmingsplan bij zandstorting in recreatieplas
Verzoekster, een party- en recreatiecentrum, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Grootegast om handhavend op te treden tegen het storten van 800.000 m3 zand in de recreatieplas Strandheem. Verweerder wees dit verzoek af omdat het storten van zand niet in strijd is met het bestemmingsplan, waarin de gronden zijn bestemd voor water en ontgrondingen zijn toegestaan.
De voorzieningenrechter overwoog dat het bezwaarschrift van verzoekster niet prematuur was omdat uit de notulen van een raadsvergadering bleek dat verweerder al afwijzend had beslist. Inhoudelijk concludeerde de rechter dat het opslaan van zand in een onderwaterdepot binnen de bestemming water valt en geen afbreuk doet aan de bestemming. Het bestemmingsplan staat tijdelijke opslag van zand toe zolang de bestemming water gehandhaafd blijft.
De rechtbank achtte het spoedeisend belang aanwezig maar vond geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek om handhaving werd terecht afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek wordt afgewezen.