ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7215
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bouwvergunning en vrijstelling voor steenkolencentrale in Eemshaven
De Waddenvereniging heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 21 april 2009 waarbij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsmond een bouwvergunning onder vrijstelling verleende aan RWE Power voor de bouw van een steenkolenkrachtcentrale in de Eemshaven. De kern van het geschil betrof onder meer de noodzaak van een bouwvergunning voor het buitendijkse deel van de koelwateruitlaat en de ruimtelijke inpassing van het project.
De rechtbank oordeelde dat het buitendijkse deel van de koelwateruitlaat geen bouwwerk vormt in de zin van de Woningwet en Bouwverordening, omdat het bestaat uit een steenstort zonder constructie of fundering. Hierdoor was geen bouwvergunning voor dat deel vereist. Verder concludeerde de rechtbank dat de ruimtelijke onderbouwing van het project voldoende was en dat het project paste binnen het geldende bestemmingsplan en de Planologische Kernbeslissing (PKB) Waddenzee.
Ook de hoogte en verlichting van de centrale voldeden aan de uitzonderingen in de PKB voor havengerelateerde bebouwing in de Eemshaven. Ten aanzien van de bezwaren over mogelijke onherstelbare schade bij calamiteiten oordeelde de rechtbank dat voldoende maatregelen waren getroffen en dit adequaat was onderbouwd in de ruimtelijke onderbouwing en passende beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de verleende bouwvergunning en vrijstelling. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van De Waddenvereniging tegen de bouwvergunning en vrijstelling voor de steenkolencentrale in de Eemshaven wordt ongegrond verklaard.