ECLI:NL:RBGRO:2009:BM1625
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Loonvordering en wedertewerkstelling na betwiste arbeidsongeschiktheid en niet verschijnen
De werknemer, sinds 1999 in dienst bij de werkgever via een uitzendbureau, verscheen op 11 mei 2009 niet op het werk zonder aannemelijke ziekmelding. De werkgever betaalde geen loon vanaf die datum, stellende dat de werknemer het dienstverband had beëindigd.
De kantonrechter oordeelde dat geen sprake was van ontslagname door de werknemer of ontslagaanzegging door de werkgever. De werknemer had zich pas op 14 juni 2009 onvoorwaardelijk beschikbaar gesteld voor werk. Over de periode van 11 tot 14 mei 2009 was geen loon verschuldigd op grond van artikel 7:629 BW Pro, maar vanaf 14 juni 2009 wel op grond van artikel 7:628 BW Pro.
De vordering tot loonbetaling vanaf 14 juni 2009 en tot wedertewerkstelling werd toegewezen, met een gematigde wettelijke verhoging en rente. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Werkgever moet loon betalen vanaf 14 juni 2009 en werknemer wedertewerkstellen met dwangsom bij niet-naleving.