ECLI:NL:RBGRO:2009:BN0048
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van reclamebelastingheffing in centrumgemeente bevestigd
De rechtbank Groningen behandelde het beroep tegen de aanslag reclamebelasting 2008 opgelegd door de gemeente. Eiser voerde aan dat de heffing niet was toegestaan, willekeurig en onredelijk was, en dat er sprake was van ongelijke behandeling omdat de belasting alleen in het centrum werd geheven.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente op grond van artikel 227 van Pro de Gemeentewet bevoegd is reclamebelasting te heffen en dat het beperken van de heffing tot het kernwinkelgebied objectief en redelijk is, omdat de opbrengsten worden gebruikt voor de ontwikkeling van het centrum. De tariefstelling werd niet als willekeurig of onredelijk beoordeeld, mede omdat het bedrag vergelijkbaar was met de voormalige contributie van de ondernemersvereniging.
Verder stelde de rechtbank dat de gemeente de opbrengst van deze algemene belasting als bestemmingsheffing mag inzetten, zolang dit binnen het gebied gebeurt waar de belasting wordt geheven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de reclamebelastingaanslag wordt ongegrond verklaard en de heffing bevestigd.