ECLI:NL:RBGRO:2010:BK9674
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Flinterman
- J.P. Evenhuis
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap ter afstemming juridische en feitelijke situatie
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van belanghebbende A. ten aanzien van haar minderjarige kind, geboren uit een relatie met belanghebbende B. De rechtbank benoemde een bijzondere curator ter bescherming van het belang van het kind.
Tijdens de zitting verklaarde verzoekster dat belanghebbende A. feitelijk onmogelijk de vader kan zijn, omdat zij in het jaar voorafgaand aan de geboorte van het kind alleen gemeenschap had met belanghebbende B. Alle betrokkenen erkennen dat belanghebbende B. de biologische vader is en dat het in het belang van het kind is om de juridische situatie hiermee in overeenstemming te brengen.
Belanghebbende A. stemde in met de toewijzing van het verzoek en maakte geen gebruik van zijn recht om gehoord te worden. Er werd overwogen dat DNA-onderzoek mogelijk was, maar niet noodzakelijk geacht werd gezien de overgelegde stukken en verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek ontvankelijk is omdat het binnen een jaar na de geboorte van het kind is ingediend. Gezien de feiten en het belang van het kind werd het verzoek toegewezen, waarmee de ontkenning van het vaderschap van belanghebbende A. werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontkenning van het vaderschap van belanghebbende A. gegrond en past de juridische situatie aan de feitelijke situatie aan.